Spring naar inhoud

Tips om goed te stoken

Factcheckers

1. Hoe maak je het vuur aan?

  • Maak je vuur aan met losse houtjes of natuurlijke aanmaakblokjes. Gebruik geen vloeibare stoffen zoals brandspiritus. Gebruik best ook geen krantenpapier. Omwille van de drukinkten is dat niet de meest ecologische keuze.

  • Leg bij het aanmaken van je kachel het meest brandbare materiaal bovenaan. Het lijkt onlogisch, maar het is eigenlijk de beste methode. Het duurt soms iets langer voor de kachel goed brandt, maar er komen bij het aansteken minder schadelijke stoffen vrij. Dat komt omdat er dan minder hout onvolledig verbrandt.

  • Voeg daarna kleine hoeveelheden hout toe totdat het vuur op volle sterkte brandt. En sluit telkens de deur zo snel mogelijk.

2. Welk hout kan je gebruiken?

  • Gebruik alleen droog hout, dat is hout dat gekloofd minstens anderhalf tot twee jaar onder een afdak is gedroogd. Nat hout is schadelijk voor de gezondheid en het milieu. Bovendien geeft nat hout veel minder warmte af en leidt het verbranden van nat hout eerder tot schoorsteenbranden.

  • Droog hout kan je herkennen aan scheuren en loszittende schors. Twijfel je? Sla dan twee stronken tegen elkaar. Levert dat een doffe klank op, dan is het hout nog te vochtig. Een heldere klank bewijst dat het hout nagenoeg geen vocht meer bevat.

  • Verbrand geen samengesteld hout (bv. triplex en vezelplaat). Ook sloophout, geverfd, geïmpregneerd of gebeitst hout is niet goed. Als je dat hout wel verbrandt, dan komen er chemische stoffen vrij die schadelijk zijn voor jouw gezondheid en die van omwonenden.

  • Een houtkachel is geen 'allesbrander'. Doe er geen huisvuil, plastic of papier in. Dat is trouwens bij wet verboden.

3. Stook je goed?

  • Twijfel je of je goed of fout stookt? Kijk naar je schoorsteen. Als de rook uit je schoorsteen wit of vrijwel onzichtbaar is, dan ben je goed bezig. De rook bestaat dan immers vrijwel uitsluitend uit waterdamp. Donkere rook is een alarmsignaal. Je verbrandt dan afval of nat hout. Dat zie je niet alleen, je ruikt het ook.

  • De kleur van de vlam is ook belangrijk. Als het vuur goed brandt, zijn de vlammen helder geel en gelijkmatig (behalve bij gasverbranding, waar de vlam blauw moet zijn). Een oranje, instabiel flakkerende vlam duidt op onvolledige verbranding.

4. Wat doe je met de luchttoevoer?

  • Kachels zijn (meestal) voorzien van regelbare kleppen, waarmee u de luchttoevoer kan regelen. Gebruik die! Als je begint te stoken zet je de luchttoevoer best volledig open. Zodra het vuur goed brandt, verminder je de luchttoevoer een beetje. Let erop dat de vlammen niet kleiner worden. Als de kachel te veel zuurstof aanzuigt, brandt het hout te fel. Het krijgt niet de tijd om volledig te verbranden en de schoorsteen zuigt vonken aan. Maar ook als het vuur te weinig zuurstof krijgt, bevat de rook meer roetdeeltjes en andere schadelijke stoffen, zoals koolmonoxide.

  • Sluit nooit de luchttoevoer van je houtkachel af als de temperatuur te hoog oploopt. De schoorsteen trekt dan minder goed en de rook bevat meer ongezonde stoffen. Het vuur krijgt dan te weinig zuurstof en verstikt. De verbranding is onvolledig en er ontstaat CO of koolmonoxide.

5. Hoe stop je met stoken?

  • Het vuur moet vanzelf uitbranden. Als u een vuur tempert door de luchttoevoer te verminderen, komen veel schadelijke stoffen vrij.

  • Als het vuur gedoofd is en er enkel assen overblijven, sluit je de luchttoevoer best na enkele minuten. Zo vermijd je warmteverlies via de schoorsteen.

6. Hoe onderhoud je je houtkachel?

  • Laat je schoorsteen minstens één keer per jaar vegen. Zo vermijd je het risico op schoorsteenbrand. Leeg op tijd de aslade en maak ook de wanden van je kachel regelmatig schoon. Een regelmatig onderhoud zal immers mogelijke defecten voorkomen, lagere stookkosten opleveren en uiteraard ook zorgen voor minder milieuverontreiniging.

7. Extra tips?

  • Ventileer je woning goed tijdens het stoken.

  • Stook niet bij mistig of windstil weer. Omwonenden en buren ondervinden dan veel overlast.

  • Vermijd open haarden. Een open haard trekt warmte weg uit de ruimte, geeft gevaarlijke stoffen in het binnenmilieu, en kan brand veroorzaken als er brandend materiaal wegspringt.

  • Pas de kachel aan aan de ruimte die hij moet verwarmen. En kachel met het juiste vermogen zal minder brandstof verbruiken. Heeft je kachel een te klein vermogen, dan zal hij nooit voldoende warmte produceren om de ruimte goed te verwarmen. Heb je een kachel met een te groot vermogen, dan moet je al heel snel de luchttoevoer beperken om het niet té warm te krijgen. Bij gebrek aan zuurstof brandt het hout dan minder fel. De temperatuur zakt, maar de verbranding verloopt niet langer optimaal, zodat de rook meer ongezonde stoffen bevat en een onaangename geur verspreidt.

  • Zorg voor een goede plaatsing van je schoorsteen. Vuur heeft zuurstof nodig. De schoorsteen trekt lucht uit je woning aan en voert verbrandingsgassen af. Dat lukt alleen met een schoorsteen die boven de nok van het dak en aanpalende gebouwen uitsteekt. Bovendien moet de diameter van het schoorsteenkanaal aan je kachel zijn aangepast. Anders trekt de schoorsteen slecht en vergroot het risico op een schoorsteenbrand.

geschreven op 08 mei 2019
VRTNU VRTNU VRTNU