Spring naar inhoud

Dossier: Het Wilde Westen

Wanneer Pieter-Jan De Smet in 1840 naar de Plathoofdindianen in de Rocky Mountains trok, was de kolonisatie van de Far West nog volop bezig. Het was een turbulente periode, zowel voor de kolonisten als de inheemse indianen. De pionierssamenleving van toen staat bekend als het Wilde Westen.

De poort naar het Westen

Sinds Columbus in 1492 voet aan land had gezet aan de oostkust van Amerika, koloniseerden de Europeanen onafgebroken stukken land van het gebied dat we nu kennen als de Verenigde Staten. Eerst beperkte zich dat vooral tot het zuiden, het oosten en het extreem zuidwesten. Maar door de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog en de aankoop van het Louisiana Territory van Frankrijk, bezat de VS ineens een wel heel uitgestrekt gebied tot aan de Mississippi. Vanaf dan begon men zich ook te richten op het westen. In 1803 werd de eerste expeditie opgestuurd naar de westkust. President Thomas Jefferson beval Lewis en Clark om er de fauna, flora, inheemse volkeren en commerciële opportuniteiten te bestuderen. Er zouden nog vele ontdekkingsreizen en wetenschappelijke expedities volgen.

Pioniers met pels

Pelshandelaars bij Fort Nez Percés in 1841

Het nieuwe grondgebied begon avonturiers aan te trekken. Heel wat jagers en handelaars zagen gouden kansen voor de pelsindustrie en reisden op en af. Zij waren vaak de eerste Europeanen die gebieden in het Wilde Westen betraden en legden ook de eerste contacten met verschillende indianenstammen. De kennis die zij zo verzamelden, was van onschatbare waarde.

De eerste kolonisten

Huifkar

Stilaan werd het gebied ook aantrekkelijk voor kolonisten die zich in het westen wilden vestigen. Zij trokken de Prairies in volgestouwde huifkarren over, op zoek naar plaatsen waar de grond en het klimaat geschikt waren voor landbouw. De tocht was zwaar, met extreme weersomstandigheden, rivieren die moesten overgestoken worden en ziektes die welig tierden.

Om de kans op slagen te vergroten, vingen ze de tocht aan in groep. Er doorkruisten telkens tientallen en soms zelfs honderden karren in karavaan het land. Geleidelijk aan gingen de karren dan hun eigen weg en verspreidden de kolonisten zich.

Van zodra ze een vaste verblijfplaats hadden gekozen, begonnen ze aan hun nieuwe leven. Ze verbouwden graan, fruit en groenten en joegen in de bossen. Ze visten ook in de nabije rivieren en verzorgden het vee dat ze hadden meegebracht. Naast landbouwer ontstonden er ook al gauw andere beroepen; dokters, advocaten, winkeliers, uitgevers, predikanten, ambachtslieden, politici... Het Westen ontwikkelde zich snel en er ontstond een nieuwe samenleving.

De Oregon Trail

De Oregon Trail

Na enkele jaren van die volksverhuizingen, begon er een vaste route te ontstaan. De weg die de pioniers volgden, kreeg de naam Oregon Trail. Honderdduizenden kolonisten hebben hem afgelegd. Wanneer de transcontinentale spoorweg in 1869 uiteindelijk in gebruik werd genomen, verloor de Oregon Trail zijn belang.

De route bestaat wel nog steeds en wordt gekenmerkt door specifieke rotsformaties die door de kolonisten als herkenningspunten werden gebruikt. Independence Rock was zo'n markeerpunt. De rots werd zo genoemd omdat je er best passeerde rond 4 juli (Independence Day). Dan was je zeker dat je voor de winter aan de Rockies arriveerde.

Ook Pieter-Jan De Smet zag Independence Rock op zijn tocht en beschreef de plaats in zijn dagboek. Arnout trok ernaartoe om een speciale traditie met eigen ogen te bekijken.

Vijandige overname

De kolonisatie van de Far West verliep niet rimpelloos. De inheemse volkeren werden steeds verder van hun land verdreven door de oprukkende kolonisten. De blanke pioniers waren op zoek naar vruchtbaar land en grondstoffen en hadden al snel door dat ze die konden vinden op het territorium van de indianen, die ze smalend roodhuiden noemden.

Er volgden doorheen de jaren heel wat oorlogen tussen de indianen enerzijds en de kolonisten en Amerikaanse regering anderzijds. Hoewel de indiaanse krijgers geduchte tegenstanders waren, konden ze vaak niet op tegen de vuurwapens van de blanken. Enkele bekende veldslagen zijn het bloedbad van Wounded Knee - waar de Lakota indianen werden afgeslacht - en de slag bij de Little Bighorn - die de VS verloor. Veel mensen stierven en enkele stammen werden compleet uitgeroeid.

De regering gebruikte niet altijd vijandelijk vuur om hun doel te bereiken. Soms werd indianenland ingepalmd via onderhandelingen of omkoping. Op 28 mei 1830 zette president Jackson de Indian Removal Act op papier. Die wet hield in dat de indianen in het Zuiden moesten verkassen naar een speciaal gereserveerd gebied grenzend aan Missouri en Arkansas. Ze kregen een geldsom ter compensatie. Heel wat stammen weigerden het geld en verzetten zich. Zij werden dan als gevangenen behandeld en met geweld verplaatst. Op zeven jaar tijd waren er meer dan 45.000 Indianen verplaatst. Hun meer dan 40 miljoen hectare land werd ondanks alle beloftes gereduceerd tot 13 miljoen hectare.

De huidige situatie van de indianen

De inheemse bevolking heeft erg geleden onder de kolonisatie en de gevolgen daarvan zijn nog steeds te merken. Een groot deel van hen leeft nog steeds in de gebieden die de regering had aangewezen. In totaal bestaan er 304 van die indianenreservaten, waarvan de meeste in het westen van de VS. Het leven in de reservaten is geen lachertje. Er heerst grote armoede, de criminaliteit- en zelfmoordcijfers zijn uitzonderlijk hoog en veel inwoners lijden aan gokverslaving.

Het is pas sinds kort dat de indianen hun tweederangs status van zich af kunnen schudden en stilaan opnieuw recht krabbelen. Ze zijn fier op hun traditionele cultuur en proberen de indiaanse levenswijze zo goed mogelijk te bewaren.

geschreven op 02 oktober 2017
VRTNU VRTNU VRTNU