Spring naar inhoud

Dossier: Het oostfront

Wereldoorlog I veranderde heel Europa in een slagveld. Terwijl in België de soldaten zich klaarmaakten voor de Slag bij de Somme, kreeg het korps van Oscar een heel andere opdracht. Zij moesten aan het oostfront de troepen van tsaar Nicolaas II helpen. Het Russische leger vocht er een harde strijd tegen de gezamenlijke vijand.

De spelers op het strijdtoneel

In 1914 doodde een Servische nationalist in een aanslag de aartshertog Frans Ferdinand van Oostenrijk, de troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije. Hierdoor bereikte de slechte verstandshouding tussen Servië en Oostenrijk-Hongarije een dramatisch dieptepunt. Aangezien in die tijd verschillende landen verdragen hadden met elkaar, was al gauw heel Europa betrokken in de rel. Het leidde tot de Eerste Wereldoorlog. Die zou tot 1918 duren en werd gevoerd tussen de centralen en de geallieerden. De geallieerden, dat waren België, Frankrijk, Rusland, het Verenigd Koninkrijk, Servië, Italië, Japan en de Verenigde Staten. Het Duitse Keizerrijk, Oostenrijk-Hongarije, het Ottomaanse Rijk en Bulgarije waren de centralen. Rusland en Roemenië streden gedurende die vier jaar aan het oostfront tegen de centralen. Het Russische leger had de naam van groot maar niet georganiseerd te zijn. Toch bleek het een geduchte tegenstander te zijn voor de Duitse troepen.

De frontlijn

De oostelijke frontlinie liep ongeveer van Sint-Petersburg in het noorden tot de Zwarte Zee in het zuiden. Ze was meer dan 1600 km lang. Het was dan ook ook niet verwonderlijk dat er vooral tijdelijke linies waren. Er waren simpelweg niet genoeg soldaten of materiaal beschikbaar om het hele front te bezetten. Er waren wel loopgraven, maar die lagen dus veel meer verspreid dan aan het westfront. In tegenstelling tot in de Westhoek waren de linies ook veel beweeglijker.

Het frontverloop in 1914

Militaire acties

In het begin van de Eerste Wereldoorlog concentreerde Duitsland zich vooral op de grens met Frankrijk. Die strategie noemde men het Schlieffenplan en werd bedacht door generaal Alfred von Schlieffen. Hij ging ervan uit dat het uitgestrekte Rusland zeker zes weken zou nodig hebben om zijn leger te verzamelen. De Russische troepen waren echter veel sneller gemobiliseerd en vielen Oost-Pruisen al binnen in augustus, twee weken na de start van de oorlog. Op ongeveer hetzelfde moment vielen ze ook de Oostenrijkse provincie Galicië binnen. In Oost-Pruisen sloegen de Duitsers de inval al snel neer, maar de invasie van Galicië was wel succesvol.

Russische soldaten op weg naar het front

Dat Russische succes zorgde voor paniek bij de Duitse bevelhebbers. Zij stuurden meer troepen op naar het oostfront en creëerden zo het nieuwe Negende leger. De Russen en Duitsers hadden daarna nog verschillende aanvaringen tijdens de winter van'14 - '15, met overwinningen en verliezen langs beide kanten.

In 1915 richtten de Duitsers pas echt al hun aandacht op de oostelijke grenzen. Ze bleven versterkingen naar het oostfront sturen en boekten een groot succes met het Gorlice-Tarnów offensief. Het offensief leidde tot de totale ineenstorting van de Russische linies en hun terugtocht ver Rusland in, maar eindigde door het slechte weer in oktober. Intussen werd de strijd ook in het zuiden van het oostfront opgevoerd met gevechten tussen de Turken en de Russen. Hier waren de Russische troepen wel aan de winnende hand.

De Britten verwelkomen Roemenië

Tegen 1916 was de situatie aan het westfront onhoudbaar geworden en moesten de Russen de druk proberen weghalen door sterk aan te vallen in het oosten. Een voorbeeld van zo'n aanval was het Narotsj-offensief. Een andere aanval die toen doorging, was het Broesilov-offensief. Het resulteerde voor de Russen in hun grootste overwinning tijdens WOI, ook al verloren ze een half miljoen soldaten. Maar opnieuw kwamen de Duitsers de Oostenrijkers uiteindelijk te hulp. Het was ook in dat jaar dat Roemenië zich aansloot bij de geallieerden, met de belofte dat het land na de oorlog recht zou hebben op Transsylvanië.

De Russische revolutie

De moraal van het Russische leger bereikte in 1917 zijn laagste punt. Rusland had misschien grotere aantallen maar de centralen bewezen een geslepen vijand te zijn. De Russische soldaten waren het beu om eindeloze gevechten te voeren in de kou, zonder hoop op een snelle verbetering. Ze verzetten zich tegen tsaar Nikolaas II en ontketenden zo de Russische revolutie. De tsaar en zijn familie werden afgezet en vervangen door een voorlopige regering met Alexander Kerensky aan het hoofd.

Hij deed een korte poging om te doen wat de geallieerden hem verplichtten: Een nieuw offensief met Broesilovs leger in Galicië. Maar Broesilovs leger kon slechts enkele muitende Oostenrijkse legereenheden uit de weg ruimen, totdat ze op het leger van de Duitse generaals Hoffman en Hutier botsten. Eerst trokken de Duitsers terug, maar dan voerden ze een tegenaanval uit op de aarzelende Russische troepen. Dit was de laatste actie van het Russische keizerrijk. Ondertussen was het rijk uiteengevallen en was de burgeroorlog als een golf over het rijk gegaan.

Ondertekening van de Vrede van Brest-Litovsk

De socialisten kwamen aan de macht en startten vredesonderhandelingen met Duitsland en de andere centralen. Het had heel wat voeten in de aarde, maar uiteindelijk werd er op bevel van Lenin op 3 maart 1918 een vredesverdrag ondertekend in het fort van Brest-Litovsk. De nieuwe Sovjetrepubliek verkeerde niet langer in staat van oorlog.

Het einde van de oorlog

De oorlog was misschien gedaan voor Rusland, maar niet voor de rest van de geallieerden. Zij gaven zich nog niet over en wonnen uiteindelijk de oorlog. Bij het Verdrag van Versailles, waar de wapenstilstand werd afgeroepen, werd het Verdrag van Brest-Litovsk nietig verklaard.

Over de uiteindelijke dodentol aan het oostfront is men nog steeds niet zeker. Maar met aantallen die sowieso tot in de miljoenen lopen, is het wel duidelijk dat dit een zwarte pagina is in de geschiedenis van Europa.

geschreven op 17 oktober 2017
VRTNU VRTNU VRTNU