Spring naar inhoud

Dossier: Het Mongoolse rijk

Arnout volgt het verhaal van Willem Van Rubroek tot diep in Mongolië. Willem was een monnik uit Frans-Vlaanderen en reisde 750 jaar geleden als één van de eerste westerlingen naar het Mongoolse rijk. Nog steeds gaan er heel wat legendes rond over het imperium. Hoe werd Mongolië het op één na grootste rijk uit de wereldgeschiedenis? En hoe gaat het er nu aan toe?

Vier ruiters in oorlogsplunje

Onbekend en zeer onbemind

In de tijd van Willem Van Rubroek hadden de Mongolen een bloeddorstige reputatie. De Europeanen kenden hen enkel als woeste krijgers zonder genade. Niet onterecht trouwens. Het Mongoolse rijk was in volle opmars en bedreigde de grenzen van Europa. Maar enkele westerlingen, waaronder Willem, waren toen dapper genoeg om naar Mongolië te reizen.

Manu militari

In de dertiende eeuw was de Mongoolse strijdmacht dan ook absoluut de beste van die tijd. Hun ruiters en boogschutters waren niet te evenaren en konden zich snel over grote afstanden verplaatsen. De troepen waren ook strak georganiseerd in veelvouden van tien en elke veldslag werd minutieus voorbereid. Wanneer het leger op veroveringstocht was, liet het een spoor van vernieling na en waren de soldaten uitermate wreed voor hun vijanden. Dit crëeerde zo'n angst bij hun tegenstanders dat ze zich vaak al op voorhand overgaven. Psychologische oorlogsvoering op zijn best.

Deze tactieken en strategieën zorgden ervoor dat de Mongolen bijna elke strijd wonnen, ook al waren ze vaak met veel minder krijgers dan hun vijanden.

Dzjengis Khan, de oervader

De eerste aanvoerder van dat onverschrokken leger was Dzjengis Khan. Hij verenigde de rivaliserende Mongoolse stammen en liet zich in 1206 tot khan kronen. Onder zijn bewind veroverde het Mongoolse leger grote delen van China, Europa en Centraal-Azië. Hij startte een imperium dat later het op één na grootste rijk uit de wereldgeschiedenis zou blijken. Het strekte zicht uit over 35 miljoen km² en telde meer dan 100 miljoen inwoners.

Portret van Dzjengis Khan

Hoewel hij als krijgsheer zeer hardvochtige beslissingen nam, was Dzjengis zonder twijfel een groot leider. Hij zorgde voor heel wat vernieuwingen in de Mongoolse cultuur. Terwijl leiderschap voor zijn komst overging van vader op zoon, selecteerde hij zijn bevelhebbers en functionarissen op basis van hun prestaties. Hij was ook een grote supporter van wetenschappen en kunst. Intellectuelen betaalden geen belastingen in zijn rijk, hij zorgde ervoor dat het Mongools een schrift kreeg en hij verspreidde zijn politieke ideologie in zijn geschreven wet: de Yasa. Hij installeerde vrijheid van godsdienst, garandeerde vreedzame handel en verbood martelpraktijken. Zijn naam betekent niet voor niets "opperste leider".

Toch bleef hij een bescheiden man en leefde hij heel sober. Hij omschreef het zelf als volgt:

"Ik draag dezelfde kleding en eet hetzelfde voedsel als koeienherders en paardenherders. Wij brengen dezelfde offers en wij delen onze rijkdom. Ik kijk naar de natie als een pasgeboren kind en ik geef om mijn militairen alsof zij mijn broeders zijn."

Dzjengis Khan
Dzjengis Khan

Steeds onderweg

De meeste Mongolen waren nomaden die het hele land doorkruisten met hun paarden en kamelen. Ze reisden hun vee achterna, op zoek naar de beste plaatsen om te grazen.

Mongolen in tentenkamp

Om de vele verplaatsingen zo makkelijk mogelijk te maken, woonden ze in gers of joerten. Die ronde tenten konden ze snel afbreken en terug opbouwen op een andere plaats. De tent heeft een houten skelet als basis en wordt bedekt met vilt, canvas en polyester.

Het nomadisch bestaan zit nog steeds sterk verweven in de Mongoolse identiteit. Vandaag de dag reist een derde van de bevolking nog steeds rond met hun kuddes en gers. De strenge winters en droge zomers maken deze manier van leven wel steeds moeilijker. Tijdens zijn tocht ontmoet Arnout een familie die nog steeds rondtrekt. Hij helpt hen hun ger op te zetten.

Worstelland

Worstelen wordt al eeuwenlang beoefend in Mongolië. Böke, zoals zij het noemen, is er een van de drie nationale sporten, naast boogschieten en paardrijden. De Mongoolse krijgers trainden vroeger hun conditie met de vechtsport en het diende ook als amusement tijdens overwinningsfeesten.

Bij de Mongoolse variant van worstelen verliest de worstelaar die het eerst met zijn rug en schouder de grond raakt. Traditioneel danst de winnaar dan als een vliegende adelaar om zijn vreugde te tonen.

Melkrituelen en offers voor Tenger

Het geloof dat traditioneel werd beleid in Mongolië is het tengriisme. Die godsdienst houdt zich onder andere bezig met sjamanisme, animisme, voorouderverering en het geloof in totems. De belangrijkste goden zijn Tenger Etseg - de Hemelse Vader - en Gazar Eej - Moeder Aarde. De Mongolen bidden naar hen en offeren melkthee. De natuurkrachten worden met enorm veel respect behandeld. Zo hadden ze in de tijd van Dzjengis Khan bijvoorbeeld al veel aanzien voor Munkh Huh Tenger - de Eeuwige Blauwe Hemel - en Burhan Haldun Uul - de berg in centraal Mongolië.

Tegenwoordig gelooft het overgrote deel van de Mongolen echter in de lamaïstische vorm van het boeddhisme. De eerste nomadenfamilie waarbij Arnout terechtkomt, is wel nog aanhanger van het tengriisme.

Het einde van het grote Mongoolse rijk

Na Dzjengis Khan kwamen er nog zeven khagans van het Mongoolse rijk. De voorlaatste was Mangoe Kahn en het was die khagan die Willem moest overtuigen om een bondgenoot te worden van Frankrijk en om zich te bekeren tot het christendom. Onder zijn opvolger, Koeblai Khan, viel het rijk uiteen in vier delen. In de veertiende eeuw gingen die delen langzaamaan op in andere staten en dynastieën. De huidige Mongoolse Volksrepubliek is ontstaan in 1924 en beslaat nog maar 1/22 van de oppervlakte dat het rijk ten tijde van de khagans innam.

Het Mongoolse wereldrijk in 1227
geschreven op 04 september 2017
VRTNU VRTNU VRTNU