Spring naar inhoud

Dossier: De CRAB's

Etienne en zijn vrienden waren slechts vijf van de 300.000 Belgische reservesoldaten of CRAB's die in WOII naar Frankrijk trokken om zich aan te sluiten bij de strijd. Veel van hen maakten de tocht met de fiets. Sommigen waren nauwelijks ouder dan 16 jaar en nooit van huis weggeweest.

Le Centre de Recrutement de l’Armée Belge

Toen de Duitsers in 1940 binnenvielen, riep de Belgische overheid de niet-gemobiliseerde mannen op om zich als reservesoldaat aan te bieden. De oproep was ingegeven door de ervaringen tijdens WOI. Er was toen steeds een tekort aan rekruten, terwijl de aanvoer van jonge krachten voor loopgraven essentieel was.

Alle mannen van 16 tot 35 jaar die hun legerdienst nog niet hadden volbracht, moesten vluchten naar het westen van het land. Daarna trokken ze door naar Frankrijk, waar ze zich zouden verzamelen en een reserveleger zouden vormen. Uiteindelijk ondernamen 300.000 mannen de tocht.

Hun bijnaam, CRAB's, komt van de verzamelcentra in Zuid-Frankrijk: Centre de Recrutement de l’Armée Belge of rekruteringscentrum van het Belgische leger.

Vier CRAB’s

De start van de tocht

De oproep van de regering ging uit op 10 mei 1940, via radio, aanplakbrief en de Rijkswacht. Vanaf 12 mei werden de jongens verzameld in Kortrijk, Roeselare, Ieper en Poperinge. Ze moesten zich aanmelden met een deken en proviand voor 24 uur. Twee dagen later vertrokken de eersten met de fiets of trein naar Frankrijk. De Duitse troepen rukten snel op en de jongens moesten zich haasten om hen voor te blijven.

CRAB's op de fiets

Richting Rouen

Hun nieuwe bestemming was Rouen, maar niet iedereen bereikte de stad. Veel jongens verdwaalden op de fiets of werden urenlang in beestenwagons vervoerd. Tussen de 300 en 400 van hen stierven in Duitse bombardementen op Noord-Franse steden. Ongeveer de helft van de werfreserve werd ingehaald door de Duitsers en zat vast in de bekende belegering van Duinkerke. In totaal hebben 150.000 jongens nooit Normandië bereikt.

Ook Etienne en zijn vrienden werden verrast door vijandig vuur op hun weg naar Frankrijk. Gelukkig konden zij het nog navertellen.

De seminaristen van Verviers

Vijftien van die 150.000 die Rouen niet bereikten, waren seminaristen uit Verviers. In mei 1940 arriveerden zij in Ramillies in het Nord departement en kwamen ze in vijandelijk gebied terecht. De Duitse soldaten beschoten de kandidaat-missionarissen met mitrailleurs en een vliegtuig. Arnout gaat in de archieven van het dorp op zoek naar hun verhaal.

Er werd later een monument opgericht voor de seminaristen. Arnout gaat het bezoeken.

Sur la route du soleil, maar niet op vakantie

De route van Etienne Louis

De 150.000 mannen die wel voorbij de Somme geraakt waren, werden vanuit Rouen en omliggende dorpen op treinen gezet naar het zuiden van Frankrijk.

Het zuiden, dat was Toulouse. Het merendeel van de rekruteringsreserve verbleef er, van enkele dagen tot weken. Men creëerde in de streek drie rekruteringscentra waarover de troepen verdeeld werden. Dat waren het 15e, het 16e en het 17e CRAB. Intussen streken de jongens in groepjes neer in de omringende dorpen. Sommigen kwamen terecht in leegstaande kastelen, anderen in legerkampen waar de hygiëne te wensen overliet. De levensomstandigheden verschilden onderling dan ook enorm.

Het leger dat nooit in actie kwam

Ondanks alle goede intenties werd het reserveleger nooit ingezet in de strijd. Het Belgische leger capituleerde op 28 mei en sloot zo elke kans op deelname uit voor de CRAB's. De meeste jongens kregen zelfs nooit een opleiding tot soldaat. Wegens gebrek aan leiding van de Belgische regering konden de 150.000 mannen niets anders doen dan vergeefs afwachten. De verveling en het gemis sloegen toe en bovendien was de Franse bevolking hen niet meer zo goed gezind toen bleek dat ze niet zouden vechten.

Repatriëring

Toen ook Frankrijk dan op 25 juni 1940 de wapens had neergelegd, wouden de CRAB's zeker naar huis terugkeren. Vanaf 30 juli werden er meer dan 100.000 mannen gerepatriëerd met speciaal ingelegde treinen. Op 20 augustus vertrokken de laatste jongens terug naar België.

De vreugde van gisteren heeft plaatsgemaakt voor lichte melancholie; de melancholie van een vertrek en een uit elkaar gaan. Voor hoelang? Niemand kan het zeggen. Ik omhels meneer en mevrouw Mérignargues en hun dochter Yvonne, en nog vele anderen. In de hectiek van het afscheid beloven we om elkaar na de oorlog terug op te zoeken. (...) "Adieu! Au revoir! Bon voyage!” roept de menigte. Mannen staan er geëmotioneerd bij, vrouwen huilen. We zwaaien met petten en zakdoeken tot een bocht ons het zicht op het dorp ontneemt.

De negentienjarige CRAB Albert Segers, wanneer hij op 12 augustus 1940 vertrok uit Vestric
De negentienjarige CRAB Albert Segers, wanneer hij op 12 augustus 1940 vertrok uit Vestric

Erkenning bleef uit

Na de oorlog werden de CRAB's niet onmiddellijk officieel erkend. Zij kregen dus geen tegemoetkoming en de meesten moesten na '45 hun dienstplicht doen, ook al hadden zij naar eigen zeggen het leger al genoeg gediend.

Pas in de jaren 80 verenigden de CRAB's zich. Vanaf dan kwam er ook (wetenschappelijke) interesse in hun verhaal. Uiteindelijk kregen ze in 1990 een officiële erkenning. Er werd toen een medaille aan ongeveer 9000 oud-CRAB’s uitgedeeld.

geschreven op 25 september 2017
VRTNU VRTNU VRTNU