Heel wat mensen zorgen er ’s nachts voor dat onze bedrijven blijven draaien. Nachtwerk is een normale zaak geworden terwijl een mens niet gemaakt is om ‘s nachts wakker te zijn. Dirk, manager in een drukkerij, heeft nog nooit ’s nachts gewerkt, maar voor Ook getest op mensen doet hij met plezier een weekje de nachtshift. Wat doet dat met een mens?

We meten drie zaken bij Dirk: hoeveel het slaaphormoon melatonine aanwezig is, hoe geconcentreerd hij kan zijn en hoe goed hij slaapt. We zien dat zijn melatoninepeil de eerste nacht heel hoog is, maar dan nacht na nacht vermindert. Op het einde van elke nachtshift moet Dirk ook een aandacht- en concentratietest doen op een laptop. Hij scoort elke nacht beter en beter, maar nooit zo goed als toen hij de tests in ‘normale omstandigheden’ uitvoerde, overdag dus na een normale nachtrust.

We testen ook de intensiteit van Dirk zijn slaap met een actigraaf, een soort armband die de beweging registreert tijdens de slaap. En ja hoor, ook hier zien we dat Dirk vooral de eerste nacht bijzonder slecht slaapt. Het verbetert elke dag een beetje, maar hij slaapt nooit zo goed als tijdens een gewone nachtrust.

Nachtwerk is dus niet goed voor ons lichaam, zeker niet als we van shift moeten veranderen. Het lichaam doet telkens zijn uiterste best om zich aan het onnatuurlijke ritme aan te passen. Maar net als het zo ver is, moeten we weer van shift veranderen. Het lichaam hinkt dus voortdurend achterop en dat kan op lange termijn kwalijke gevolgen hebben.

woensdag 27 februari 2010