Eén maand geleden vertrokken de negen atleten van het Belgische 4x400 estafetteteam naar IJsland. Vijf dagen lang trokken ze daar over de Langjökull-gletsjer, de tweede grootste gletsjer van Europa, een tocht van zo'n tachtig kilometer. “Ik denk niet dat ik ooit dieper ben moeten gaan,” vertelt de vedette van het team Kevin Borlée. “Voor sprinters is dat niet evident. Al na een halfuurtje ben je doodmoe, maar toch gaat het voor geen meter vooruit.”

Ook een cameraploeg van Koppen volgde de expeditie. Vijf dagen lang werd gefilmd terwijl de atleten zich een weg banen door sneeuw en wind, bij temperaturen tot -20°C. “De omstandigheden waren veel extremer dan ik had verwacht,” vertelt expeditieleider Alain Hubert, zelf nochtans een doorwinterd poolreiziger. “De laatste sneeuwstorm had echt catastrofaal kunnen aflopen. Dat er toen geen ongelukken gebeurd zijn, is een klein mirakel.”

Maar die extreme condities hebben ook voordelen. “Ik vind dat mijn atleten hun grenzen moeten verleggen,” zegt Jacques Borlée, de coach van het estafette-team en de vader van Jonathan en Kevin. “Extreme koude en ontbering zijn soms nodig om mensen tot het uiterste van hun mogelijkheden te drijven. De beelden zal ik net voor de Olympische Spelen laten zien, dat kan ons misschien enkele tienden van een seconde helpen bij het behalen van een medaille.”

donderdag 17 november 2011