CINEMA PASSé

“Ik ben een klein lichtje te velde, en Kinepolis is de grote ster aan het firmament.” Aan het woord is Agnes Debaillie, een kranige oude dame die in 1972 de buurtbioscoop van Lichtervelde overnam van haar zieke vader. Ze is geboren en getogen in de bioscoop die sinds zijn ontstaan in 1924 amper veranderd is. “De cinema”, zegt ze, “is meer dan een microbe, het is een virus.” Maar dan wel een virus dat moeilijk kan overleven.

In de jaren ’50 waren er nog meer dan 1500 bioscopen, vandaan nog amper 120. En de buurtbioscopen met één of twee zaaltjes, die al van generatie op generatie door dezelfde familie met hart en ziel gerund worden, die zijn op twee handen te tellen. Cinema Central in Ninove bijvoorbeeld, uitgebaat door de broers Paul en Hugo en hun zus Dina. Paul Raes: “Ik heb de gloriedagen gezien en ik heb de teloorgang gezien.”

De kleine bioscopen zijn voor de filmverdelers niet interessant. Een zaal als die van Paul geraakt dan ook bijna nooit aan een kopij van een nieuwe film. En geen nieuwe films betekent geen volk. Eén buurtbioscoop slaagt er wél in om rendabel te zijn: Cinema Albert in Dendermonde. Hun geheim? Blijven investeren. Philip Cleynens: “Volgende maand gaan we zelfs digitaal, een investering van 150.000 euro. We moeten dus nog wel dertig jaar door gaan..”

Reportage: Gitte Van Hoyweghen en Gonda De Beule