Het zuiden van Libanon, aan de grens met Israël, ligt bezaaid met vele duizenden landmijnen. Koppen gaat op bezoek bij de 101 Belgische ontmijners, die er helpen om die tuigen onschadelijk te maken. “Veel landmijnen liggen hier al meer dan dertig jaar,” vertelt luitenant Matthias Pottier. “Ze zijn gelegd door de Israëli’s, maar niemand weet nog waar ze precies liggen. Het is soms echt zoeken naar een naald in een hooiberg.”

Ontmijnen is precisiewerk, één foute beweging kan fataal zijn. Daarom wordt centimeter na centimeter heel het terrein afgegraven. De kostprijs is dan ook gigantisch. 10 maanden werk kost algauw 10 miljoen euro bruto, waarvan de VN de helft betaalt. “Soms lig je dan een uur op je buik te zoeken, tot je een verroeste nagel naar boven haalt. Ik doe dat met 1 hand op de rug, als er iets gebeurt heb ik tenminste nog de andere arm,” vertelt ontmijner Pieter Wastiau.

Ongevallen bij het ontmijnen zijn gelukkig erg zeldzaam, maar soms loopt het mis. Drie jaar geleden nog stierf Stefaan Vanpeteghem uit Poelkapelle in Libanon, terwijl hij een clusterbom onschadelijk maakte. “Ik wist wel dat het gevaarlijk was, maar na verloop van tijd sta je daar niet meer bij stil,” vertelt zijn weduwe Frieda. “Bovendien was ontmijnen zijn passie en deed hij het enorm graag. Ik had nooit durven vragen of hij ermee wou stoppen.”

donderdag 19 januari 2012