
Een zweethut is een soort primitieve sauna, lang geleden door de Indianen bedacht. Je verwarmt hem met gloeiend hete stenen waarop je water sprenkelt.
vuurtje stoken
Graaf een vuurput van ongeveer vijftig centimeter diep, op vijf tot tien meter van de plek waar je zweethut komt. Leg er een zandkring omheen, zodat het vuur zich niet kan verspreiden. Maak een stevig vuur en schik er je stenen in. Lavastenen of basalt nemen de warmte het best op; voorzie zeker tien stuks. Reken op minstens anderhalf uur voor je stenen goed heet zijn en gooi regelmatig wat hout bij. Maak alleen vuur waar het mag; best even vooraf checken bij de gemeente dus. Eens je vuur goed brandt, begin je aan je zweethut.
zweethut vlechten
Voor een zweethut van 2,5 meter diameter heb je ongeveer twintig wilgentakken van drie tot vijf centimeter dik en vier meter lang nodig. Hoe kleiner je hut, des te sneller ze opwarmt. Zet een cirkel uit en spies de takken zeker tien centimeter de grond in, op zo'n halve meter van elkaar. Laat op één plek een meter vrij, voor de ingang. Neem de uiteinden beet en draai ze twee per twee bovenaan in elkaar. Bind de eindjes met een stukje touw vast; je wil liever niet dat die plots los zwiepen. Vlecht nog een extra ring van takken helemaal rond je de constructie om alles bij elkaar te houden.
stomen
Graaf in het midden een put van een spade diep en vorm er met de uitgegraven aarde een walletje omheen; hier komen je hete stenen in te liggen. Gooi oude lakens, gordijnen, dunne tapijten of dekens over je hut. Gebruik liever geen plastic zeil, want door de condensatie kunnen er hete druppels naar beneden vallen. Leg een oud tapijt en wat kussens op de grond. Schep voorzichtig met een riek de gloeiend hete stenen in je stoomput. Besprenkel ze voorzichtig met water, al dan niet met een paar drupjes kruidenolie in. Gebruik een houten lepel met een lange steel. Bouw langzaam de temperatuur op. Wordt het na een tijd te frisjes, haal dan wat hete stenen bij.
Beëindig je zweetsessie met een plons in je (zwem)vijver. Je zweethut kan gewoon blijven staan; wie weet gaan de takken straks schieten en krijg je een levende iglo.
zondag 29 januari 2012
















