Zodra het een tikje warmer wordt, gaan de vogels op zoek naar een partner en een nestje. Help ze een handje en timmer zelf een vogelkast in elkaar.

nodig:

  • houten plank van 140 centimeter lang, 12 hoog en 1,8 dik. Kies voor duurzaam en onbehandeld FSC- of PEFC-hout.
  • boor met kop van 28, 30, 32 of 35 millimeter doorsnede
  • houtzaag
  • roestvrije spijkers van 38 millimeter
  • stukje oude fietsband
  • hamer

hoe?
Zaag de plank in stukken:

  • een achterwand van 38 centimeter
  • twee schuine zijkanten met een korte zijde van 22 centimeter en een lange van 26 centimeter
  • een voorkant van 23 centimeter
  • een dak van 18 centimeter
  • een bodem van 12 centimeter

 

Boor een gat in het voorpaneel, op 18 centimeter hoogte. De diameter bepaalt welke vogel er in komt: voor koolmeesjes maak je het gat zo'n 3 centimeter, voor pimpelmeesjes 2,8 en voor mussen 3,5 centimeter. Roodborsten vliegen graag ruim aan: voor hen mag de helft van de voorkant gewoon weg. Schuur alle randen af met schuurpapier. Boor in de achterwand een ophanggaatje. Timmer alles aan elkaar. Monteer het dak met een scharnier of met een stukje oude fietsband; het mag enkele centimeters overhangen.

waar?
Bevestig geen stokje onder de vliegopening; dat is een open uitnodiging voor eksters en Vlaamse gaaien om het nest leeg te roven. Wil je je vogelhuisje in een leuk kleurtje steken, gebruik dan biologisch afbreekbare verf op basis van water of een ecologisch beits. Verf nooit de binnenkant. Hang je vogelkast in een boom of tegen de tuinmuur, op minstens twee meter hoogte, liefst niet in de richting van het zuidwesten.