
Tom Dice heeft een song voor Oslo: Me and my guitar. Zondag bracht hij zijn lied in wereldpremière. De single Me and my guitar ligt vanaf zaterdag 13 maart in de winkel en zal verkrijgbaar zijn op iTunes. Behalve de Belgische song voor het Eurovisiesongfestival bevat de single ook het nummer Forbidden love, een nummer van Toms hand.
reageer via Facebook
Me and my guitar is het nummer dat Tom Dice op 25 mei voor een miljoenenpubliek zal brengen op de eerste halve finale van het Eurovisiesongfestival in Oslo. De voorbije maanden is Eén samen met Tom actief op zoek gegaan naar nummers. De jonge singer-songwriter dook met verschillende ervaren songsmeden de studio in en schreef ook zelf een aantal nummers. Uit die nummers werd uiteindelijk gekozen voor Me and my guitar, een lied dat geschreven werd door Tom Dice, de Britse songschrijver en artiest Ashley Hicklin en de Vlaamse songschrijver en producer Jeroen Swinnen.
“Toen ik gebrieft werd over het Eurosongnummer voor Tom Dice, dacht ik onmiddellijk aan een Britse singer-songwriter en vaste schrijfmaat van me: Ashley Hicklin. Ik belde hem over een mogelijke samenwerking met Tom en hij had onmiddellijk zin om ons te vergezellen in het schrijfproces. Hij zat op dat moment in Oslo – dat móet een voorteken zijn – en is na zijn sessie daar hierheen gevlogen. Het klikte erg goed tussen ons drie. Na een korte kennismaking begon ik een riedeltje te spelen op de piano, waarop Tom zei dat hij bijna exact hetzelfde deuntje al enkele dagen op gitaar aan het spelen was. We zijn dan vanuit zijn gitaarpartij beginnen verder bouwen, en al vrij snel was Me and my guitar geboren. Het was een van die songs die zichzelf eigenlijk bijna schreef, heel natuurlijk en zonder franjes.
Eenmaal de tekst klaar was, heb ik een micro voor Tom en zijn gitaar gezet en heeft hij de song in één take ingespeeld, alsof hij hem al jaren speelde. We hebben de song nadien voor de demo een beetje verder ingekleurd met piano, bas, violen enzovoort, maar nooit meer geraakt aan de originele eerste performance. 't Was voor de definitieve opname vooral zaak die frisheid van het origineel terug op te roepen.”















