Na Rerum Novarum
De kopmannen van de christelijke arbeidersbeweging zijn naar aanleiding van Rerum Novarum met een paar duidelijke standpunten naar buiten getreden. Kopman Jan Renders vroeg 1,2 miljard voor armoedebestrijding en ACV-voorzitter Luc Cortebeeck ging zelfs zover om een regelrecht stemadvies uit te brengen. En ook politici met een ACW-stempel als Yves Leterme roerden zich om onduidelijkheid rond de pensioenleeftijd weg te nemen. Het ACW als sociale beweging lijkt dus springlevend.
Hoe kijken de werkgevers daar tegenaan? Vinden zij het een goede zaak dat ze een sterke sociale beweging tegenover zich hebben? En wat denken ze van het stemadvies dat wordt uitgebracht? Luc De Bruyckere van VOKA en Luc Cortebeeck van het ACV gaan met mekaar in debat.
Zaterdag, om 12u45 op een
Herbekijk de volledige uitzending.
COMMENTAAR - Guy Janssens
1België in de greep van Maastricht: the sequel.
En plots was het groot nieuws: de Europese Commissie zal streng gaan toekijken op de lidstaten die er begrotingsgewijs een potje van hebben gemaakt. En dan zit België dat alweer een staatsschuld torst van om en bij de 100% van het bruto binnenlands product mee op de eerste rij om standjes te krijgen van diezelfde Commissie. Klinkt dat bekend? Reken maar van yes.
Het draait allemaal om de stabiliteit van de euro. Om tot de selecte club van euromuntlanden te behoren werden er in het Verdrag van Maastricht, ondertekend in februari 1992, strenge criteria afgesproken. De uitverkoren lidstaten moesten er een orthodox begrotingsbeleid op nahouden: maximum 3% jaarlijks begrotingstekort en een staatsschuld van 60%. Eigenlijk geloofde daar toen niemand in. We zaten met een schuld van zegge en schrijven om en bij de 130% van het BNP. Daarom werd er tijdens de onderhandelingen over het verdrag van Maastricht , onder meer door België op aangedrongen dat de lidstaten die een hogere schuld hadden toch tot de Economische en Monetaire Unie konden toetreden ‘als die schuld in voldoende mate afneemt en in een bevredigend tempo de referentiewaarde (60% van het BBP – GJ) benadert’. Dit was dus in 1992. De derde fase van de EMU, de vaste koppeling van de nationale valuta die tot de euro werden toegelaten, zou gebeuren op 1 januari 1999. Er was dus nog tijd zat. Tussen twee haakjes: in die jaren waren er weinigen, ook in de sociaal-economische kringen die het toen voor het zeggen hadden, die geloofden dat die euro (de naam bestond toen nog niet eens..) er werkelijk zou komen. En er waren er nog minder die geloofden dat, als hij er dan toch zou komen, België daar bij zou zijn. Er werd toen gedacht aan een redelijk exclusieve club rond de Duitse Bondsrepubliek, want die hadden de strenge Maatsrichtcriteria afgedwongen en op die manier de euro geschapen naar het beeld en gelijkenis van hun eigen D-mark.
De jaren nadien, met de rooms-rode regering Dehaene-1, stonden in het teken van bezuinigingen om de Maastricht-normen te halen. Maastricht en Europa werden door Dehaene aangegrepen om een straffe begrotingssanering door te drukken. In die mate dat Europa in de publieke opinie als de grote boeman werd afgeschilderd. Dehaene besefte dat dit ook in België voor een vlaag van euroscepticisme zou kunnen zorgen en gooide het over een andere boeg: zelfs zonder verdrag van Maastricht zou België moeten bezuinigen want een staatsschuld van meer dan 100% is niet houdbaar.
België haalt de test.
België slaagt wonder boven wonder in de test. Wat merkwaardiger is: naarmate de datum van de eenheidsmunt nadert lijken de criteria plots met wat meer soepelheid te worden toegepast. Zo schuiven ook Italië, Spanje, Portugal en Griekenland mee aan tafel. De rest is geschiedenis: de eerste helft van het nieuwe decennium zitten we met een paarse regering en een gunstige economische conjunctuur. Bovendien nemen andere lidstaten als Duitsland het niet zo nauw als het over de toepassing van de Maastrichtnormen gaat. De boodschap die daarmee werd gegeven was dan ook: de euro is er, en die normen, dat was meer voor de galerij dan wat anders. De euro is er en zal er altijd zijn, en iedereen zal lang en gelukkig leven in euroland, met een sterke munt en zonder zorgen.
Het onheil komt uit Amerika
De huizencrisis in de Verenigde Staten was de onmiddellijke aanleiding tot de bankencrisis. Die waaide al snel over naar Europa, waar overheden massaal moesten tussenkomen om het banksysteem te redden van een totale ineenstorting. De Fortis-aandeelhouders hoeven daar geen verdere uitleg bij.. Maar rustig acheroverleunen was er niet bij na de reddingsoperatie van de banken. Al gauw gingen speculanten hun pijlen richten op landen uit de eurozone met een hoge overheidsschuld. Griekenland kwam eerst in het vizier. Verschillende Europese topontmoetingen van de staats- en regeringsleiders gingen eroverheen maar geen daarvan kon het fundementeel vertrouwen in een goede afloop herstellen. Gevolg: van een gezonde en sterke munt begon de euro in waarde af te glijden tegenover de Amerikaanse dollar. .
Quo vadis euro?
Twintig jaar geleden werden door de toenmalige Europese leiders Kohl, Mitterand en Delors de eerste grondvesten getimmerd voor de euro. Ondanks veel scepticisme, vooral van de kant van Angelsaksische monetaire specialisten, is de eenheidspunt er toch gekomen. Vooral door de politieke wil van de toenmalige politieke generatie. Wat tot voor kort alleen een theoretische mogelijkheid leek, wordt nu links en rechts luidop uitgesproken: kunnen één of meerdere landen uit de euro stappen? Zal de euro zelf misschien verdwijnen? Het lijkt nog altijd erg onwaarschijnlijk. Wel waarschijnlijk is dat een aantal eurolanden, waaronder België, voor scherpe besparingsrondes staan, net zoals in het begin van de jaren negentig. Het uur van de waarheid komt na de verkiezingen. Geen leuke materie om op verkiezingsaffiches te zetten, dus wordt er zo veel mogelijk over gezwegen. Bezuinigingen of nieuwe inkomsten? Allicht een cocktail van beide. Zowel Luc De Bruyckere van VOKA als Luc Cortebeeck van het ACV geven het toe. “Europa zal veel zwaarder gaan ingrijpen in het leven van haar lidstaten. Ook België zal daar niet aan ontsnappen. We gaan naar zware inspanningen in de volgende jaren.’ Aldus De Bruyckere. Luc Cortebeeck zegt dat er wat moet worden gedaan voor de kleinste inkomens, zoals ACW-topman Jan Renders heeft geëist, maar hij wil zich niet vastpinnen op bedragen. ‘Essentieel is dat de sociale zekerheid overeind blijft’ zegt Cortebeeck.
In de jaren negentig was er een Jean-Luc Dehaene om de klus te klaren. Benieuwd wie er deze keer zijn schouders onder zal zetten.















