Rode hoogdag

1 mei getrouw trekken er weer heel wat rode stoeten doorheen het hele land en zullen de redevoeringen weer luide klinken vanaf de rode kansels . Maar ver verloden zijn de tijden dat de Louis Majors, Jos Van Eyndes en George Debunnes de massa’s opzweepten en het patronaat deden sidderen en beven. Nu is het allemaal wat vriendelijker en parelt het angstzweet niet meer op het voorhoofd van fabrieksdirecteurs. De feestdag is enigszins over zijn hoogtepunt. Is de Rode Hoogdag dan nog wel van deze tijd? ‘Het is geen strijddag meer, wel een feestdag’, zegt Mia De Vits, voormalig ABVV- frontvrouw en nu Vlaams parlementslid voor de Sp-A . ‘Wat nog niet wil zeggen dat we alles al hebben binnengehaald. Er blijft nog wel een en ander te verwezenlijken, op het stuk van pensioenen, bijvoorbeeld, maar ook om goede jobs en kinderopvang te bekomen.’

Achterhaalde slogans.

‘Ik hoor dingen zeggen die nu achterhaald zijn’, zegt Pieter Timmermans van het VBO. ‘Ik hoor in die oude redevoeringen spreken over ‘de arbeiders’. Die maakten toen 70 tot 80 procent van het werknemersbestand uit. Dat is voorbij. We hebben nu een meerderheid van bedienden. Bovendien zijn de werknemers veel mondiger dan vroeger. Toch zijn de vakbonden nog altijd een belangrijke machtsfactor. België is één van de landen in Europa met een hoge syndicalisatiegraad. En het lidmaatschap van de vakbond gaat sinds kort weer in stijgende lijn. Sterke vakbonden kunnen een stabiliserende factor zijn in het sociaal bestel. ‘Op voorwaarde dat ze het belang van de ondernemingen erkennen als schepper van welvaart’ zegt Pieter Timmermans. ‘En daar zie ik bij sommige vakbonden in het buitenland toch meer bereidheid tot samenwerking dan bij ons’. Daar komt de oude tegenstelling om het hoekje kijken tussen het confrontatiemodel, zoals in landen als Frankrijk bestaat, zeg maar het Zuid-Europese model waar in dit geval ook België toe behoort en de ‘Mittbestimmung’ zoals dat in Duitsland bestaat.

Bij Mittbestimmung gaan de vakbonden er van uit dat het bedrijf de schepper van banen en welvaart is en dat het ook in het belang van de werknemers is dat het goed gaat met het bedrijf. ‘En dan stellen we vast’ zegt Mia De Vits, ‘dat het niet alleen de regering is die in crisis zit, maar dat het ook erg slecht gaat in het sociaal overleg.

Het B-H-V van de sociale partners.

Crisis in de regering en dus krijg je als vanouds oproepen van werkgeversorganisaties aan de politici om meer verantwoordelijkheid aan de dag te leggen. Maar hebben die wel recht van spreken? ‘In tijden van politieke crisis is het nodig dat er meer collectief overleg is en ik stel vast dat het tijdens deze politieke crisis juist slecht gaat met dat sociaal overleg’ zegt Mia De Vits. Pieter Timmermans slaat mea culpa. ‘We moeten aan niemand lessen geven. We moeten durven in eigen boezem te kijken. Een aantal dossiers lopen op ’t moment heel moeilijk.. We moeten ook voor eigen deur vegen’.

Een van die moeilijke dossiers is het eengemaakt statuut arbeiders-bedienden, zowat het B-H-V van het sociaal overleg. We zijn een van de laatste landen van Europa waar dit onderscheid nog bestaat. De sociale partners moeten dus niet al te hoog van de toren blazen als ze de regering immobiliteit verwijten.

Knopen doorhakken in het najaar.

Blokkering dus op alle fronten, al wijst Timmermans erop dat in de groep van 10, waar werkgevers en werknemers geregeld met mekaar overleggen, toch ook wel resultaten zijn geboekt, bijvoorbeeld over de vakbondsvertegenwoordiging in KMO’s. Maar belangrijke knopen moeten dringend ontward worden. Vandaar de roep om een slagkrachtige regering in het najaar, die de sociaal-economische problemen kan aanpakken. Dan zullen de sociale partners zich wellicht ook gesterkt voeren om voortvarend de onderhandelingen aan te pakken over het arbeiders-bediendenstatuut en over een nieuw inter-professioneel akkoord.

 

Herbekijk de uitzending