bereidingstijd: 60 minuten (excl. tussendoor afkoelen) | aantal personen: 4

Om een geslaagde aardappelkroket te maken is het belangrijk om zo min mogelijk vocht te gebruiken in de bereiding. Zo verminder je de kans dat de kroketten openbarsten tijdens het bakken. Je kunt al meteen een voorraadje kroketten aanleggen voor de eerstkomende feestdagen. Pak de kroketten zorgvuldig in en bewaar ze in de diepvries.

extra materiaal:

  • een krokettenpers (bv. ‘millecroquettes’) of een (plastic) spuitzak
  • een passe-vite (of pureestamper)
  • een friteuse met (schone) arachideolie

 

De ingrediënten in dit recept zijn voor 4 personen. Wil je dit voor meer of minder personen klaarmaken? Dat kan: 1 persoon 2 personen 4 personen 6 personen 8 personen

ingrediënten

de kroketten

  • 1 ei
  • enkele eetlepels bloem
  • 1 snuifje zout
  • 1 kg aardappelen (goed voor 25-30 kroketten)

paneren

  • enkele eetlepels bloem
  • 3 eieren
  • 200 g paneermeel
  • peper
  • 1 snuifje zout

bereiding

de kroketten

  • Schil de aardappelen en kook ze gaar in licht gezouten water. (1 kg aardappelen is goed voor ongeveer 25-30 kroketten)
  • Giet het kookvocht af en zet de pot opnieuw op het vuur. Roer en laat de restjes kookvocht verdampen. Blijf roeren in de aardappelen, zodat ze niet aanbranden. Het is zeer belangrijk dat de gekookte aardappelen zo droog mogelijk zijn, alvorens je ze pureert.
  • Pureer de aardappelen met een passe-vite. Dat levert een hele fijne aardappelpuree op. Je kunt uiteraard ook aan de slag gaan met een pureestamper.
  • Breek het ei en doe enkel de dooier in de puree. Meng zorgvuldig. Het eiwit gebruiken we niet.
  • Proef de puree en kruid naar smaak. Persoonlijk hou ik van een neutrale smaak, maar je kunt gerust wat extra zout toevoegen en/of wat geraspte nootmuskaat.
  • Laat de aardappelpuree goed afkoelen. Je mag de puree een nachtje laten rusten op een koele plek, maar liefst niet in de koelkast.
  • Bepoeder het schaaltje van de krokettenpers met een beetje bloem.
  • Zet ook een grote schaal klaar met wat bloem op de bodem.
  • Vul de krokettenpers met een portie koude puree en pers die tot enkele lange cilinders.
  • OPMERKING: Als je niet over zo’n handige krokettenpers beschikt, dan kan je ook aan de slag gaan met een spuitzak. Vul de zak met puree en snij de tip van de zak weg. Zorg ervoor dat je een opening van 3 cm diameter hebt. Spuit in een vlotte beweging cilinders van de puree op een bebloemd werkblad of snijbord.
  • Snij de kroketten op maat met een scherp mes. Reken ongeveer 5 tot 6 cm per kroket.

paneren

  • Verzamel de ‘blote’ kroketten in de schaal met bloem.
  • Schud met de schaal en zorg ervoor dat alle kroketten een dun jasje bloem krijgen.
  • Zet nog 2 extra schaaltjes klaar. Vul er één met een royale hoeveelheid paneermeel. In de andere schaal doe je het eiwit van de eieren. Kruid dit met een snuifje zout en een beetje peper van de molen. Klop de eiwitten even los met een vork.
  • Rol de bebloemde kroketten (in kleine aantallen) door het eiwit. Zorg ervoor dat het volledige oppervlak van elke kroket een laagje eiwit krijgt.
  • Rol de kroketten vervolgens door het paneermeel. Let erop dat er overal een laag paneermeel rond kleeft.
  • Verzamel de gepaneerde kroketten op een aparte schaal.
  • Verhit het frietvet (arachideolie) tot 180°C.
  • Bak de kroketten licht-goudbruin. Bak ze bovendien in meerdere beurten, want teveel kroketten in het mandje van de friteuse verhogen de kans op openbarsten.